to be silent, to shut one's mouth
Tegenwoordige tijd (ik)zwijg
Verleden tijd (ik)zweeg
Voltooid deelwoordgezwegen
Volledige vervoeging van het werkwoord zwijgen: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.
Indicatief
Tegenwoordige tijd
ik zwijg
jij zwijgt (inversie: zwijg jij)
u zwijgt
hij/zij/het zwijgt
wij zwijgen
jullie zwijgen
zij zwijgen
Verleden tijd
ik zweeg
jij zweeg
u zweeg
hij/zij/het zweeg
wij zwegen
jullie zwegen
zij zwegen
Gebiedende wijs
Imperatief
zwijg
Onpersoonlijke vormen
Infinitief
zwijgen
Gerundium
zwijgen
Onvoltooid deelwoord
zwijgend
Voltooid deelwoord
gezwegen
Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.