Vervoeging van zweren

Alle vormen van het Nederlandse werkwoord.

2 verschillende werkwoorden « zweren »: zweren — to swear, pledge, declare under oath · zweren — to hurt, be sore
zweren
to swear, pledge, declare under oath
present strong
Tegenwoordige tijd (ik)zweer
Verleden tijd (ik)zwoer
Voltooid deelwoordgezworen
Volledige vervoeging van het werkwoord zweren: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.

Indicatief

Tegenwoordige tijd

ik zweer
jij zweert (inversie: zweer jij)
u zweert
hij/zij/het zweert
wij zweren
jullie zweren
zij zweren

Verleden tijd

ik zwoer
jij zwoer
u zwoer
hij/zij/het zwoer
wij zwoeren
jullie zwoeren
zij zwoeren

Gebiedende wijs

Imperatief

zweer

Onpersoonlijke vormen

Infinitief

zweren

Gerundium

zweren

Onvoltooid deelwoord

zwerend

Voltooid deelwoord

gezworen
zweren
to hurt, be sore
strong
Tegenwoordige tijd (ik)zweer
Verleden tijd (ik)zwoor
Voltooid deelwoordgezworen

Indicatief

Tegenwoordige tijd

ik zweer
jij zweert (inversie: zweer jij)
u zweert
hij/zij/het zweert
wij zweren
jullie zweren
zij zweren

Verleden tijd

ik zwoor
jij zwoor
u zwoor
hij/zij/het zwoor
wij zworen
jullie zworen
zij zworen

Gebiedende wijs

Imperatief

zweer

Onpersoonlijke vormen

Infinitief

zweren

Gerundium

zweren

Onvoltooid deelwoord

zwerend

Voltooid deelwoord

gezworen

Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.