2 verschillende werkwoorden « zweren »:
zweren — to swear, pledge, declare under oath · zweren — to hurt, be sore
to swear, pledge, declare under oath
Tegenwoordige tijd (ik)zweer
Verleden tijd (ik)zwoer
Voltooid deelwoordgezworen
Volledige vervoeging van het werkwoord zweren: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.
Indicatief
Tegenwoordige tijd
ik zweer
jij zweert (inversie: zweer jij)
u zweert
hij/zij/het zweert
wij zweren
jullie zweren
zij zweren
Verleden tijd
ik zwoer
jij zwoer
u zwoer
hij/zij/het zwoer
wij zwoeren
jullie zwoeren
zij zwoeren
Gebiedende wijs
Imperatief
zweer
Onpersoonlijke vormen
Infinitief
zweren
Gerundium
zweren
Onvoltooid deelwoord
zwerend
Voltooid deelwoord
gezworen
to hurt, be sore
Tegenwoordige tijd (ik)zweer
Verleden tijd (ik)zwoor
Voltooid deelwoordgezworen
Indicatief
Tegenwoordige tijd
ik zweer
jij zweert (inversie: zweer jij)
u zweert
hij/zij/het zweert
wij zweren
jullie zweren
zij zweren
Verleden tijd
ik zwoor
jij zwoor
u zwoor
hij/zij/het zwoor
wij zworen
jullie zworen
zij zworen
Gebiedende wijs
Imperatief
zweer
Onpersoonlijke vormen
Infinitief
zweren
Gerundium
zweren
Onvoltooid deelwoord
zwerend
Voltooid deelwoord
gezworen
Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.