to crank, to turn a crank
Tegenwoordige tijd (ik)zwengel
Verleden tijd (ik)zwengelde
Voltooid deelwoordgezwengeld
Volledige vervoeging van het werkwoord zwengelen: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.
Indicatief
Tegenwoordige tijd
ik zwengel
jij zwengelt (inversie: zwengel jij)
u zwengelt
hij/zij/het zwengelt
wij zwengelen
jullie zwengelen
zij zwengelen
Verleden tijd
ik zwengelde
jij zwengelde
u zwengelde
hij/zij/het zwengelde
wij zwengelden
jullie zwengelden
zij zwengelden
Gebiedende wijs
Imperatief
zwengel
Onpersoonlijke vormen
Infinitief
zwengelen
Gerundium
zwengelen
Onvoltooid deelwoord
zwengelend
Voltooid deelwoord
gezwengeld
Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.