Vervoeging van zwartmaken

Alle vormen van het Nederlandse werkwoord.

zwartmaken
to blacken, to make black(er)
separable weak
scheidbaar
Tegenwoordige tijd (ik)maak zwart
Verleden tijd (ik)maakte zwart
Voltooid deelwoordzwartgemaakt
Volledige vervoeging van het werkwoord zwartmaken: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.

Indicatief

Tegenwoordige tijd

ik maak zwart
jij maakt zwart (inversie: maak zwart jij)
u maakt zwart
hij/zij/het maakt zwart
wij maken zwart
jullie maken zwart
zij maken zwart

Verleden tijd

ik maakte zwart
jij maakte zwart
u maakte zwart
hij/zij/het maakte zwart
wij maakten zwart
jullie maakten zwart
zij maakten zwart

Tegenwoordige tijd (bijzin)

(dat) ik zwartmaak
(dat) jij zwartmaakt
(dat) u zwartmaakt
(dat) hij/zij/het zwartmaakt
(dat) wij zwartmaken
(dat) jullie zwartmaken
(dat) zij zwartmaken

Verleden tijd (bijzin)

(dat) ik zwartmaakte
(dat) jij zwartmaakte
(dat) u zwartmaakte
(dat) hij/zij/het zwartmaakte
(dat) wij zwartmaakten
(dat) jullie zwartmaakten
(dat) zij zwartmaakten

Gebiedende wijs

Imperatief

maak zwart

Onpersoonlijke vormen

Infinitief

zwartmaken

Gerundium

zwartmaken

Onvoltooid deelwoord

zwartmakend

Voltooid deelwoord

zwartgemaakt

Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.