Vervoeging van zondigen

Alle vormen van het Nederlandse werkwoord.

zondigen
to sin, to commit sin
weak
Tegenwoordige tijd (ik)zondig
Verleden tijd (ik)zondigde
Voltooid deelwoordgezondigd
Volledige vervoeging van het werkwoord zondigen: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.

Indicatief

Tegenwoordige tijd

ik zondig
jij zondigt (inversie: zondig jij)
u zondigt
hij/zij/het zondigt
wij zondigen
jullie zondigen
zij zondigen

Verleden tijd

ik zondigde
jij zondigde
u zondigde
hij/zij/het zondigde
wij zondigden
jullie zondigden
zij zondigden

Gebiedende wijs

Imperatief

zondig

Onpersoonlijke vormen

Infinitief

zondigen

Gerundium

zondigen

Onvoltooid deelwoord

zondigend

Voltooid deelwoord

gezondigd

Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.