Vervoeging van zomeren

Alle vormen van het Nederlandse werkwoord.

zomeren
to be or become summery
weak
Tegenwoordige tijd (ik)zomer
Verleden tijd (ik)zomerde
Voltooid deelwoordgezomerd
Volledige vervoeging van het werkwoord zomeren: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.

Indicatief

Tegenwoordige tijd

ik zomer
jij zomert (inversie: zomer jij)
u zomert
hij/zij/het zomert
wij zomeren
jullie zomeren
zij zomeren

Verleden tijd

ik zomerde
jij zomerde
u zomerde
hij/zij/het zomerde
wij zomerden
jullie zomerden
zij zomerden

Gebiedende wijs

Imperatief

zomer

Onpersoonlijke vormen

Infinitief

zomeren

Gerundium

zomeren

Onvoltooid deelwoord

zomerend

Voltooid deelwoord

gezomerd

Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.