to sole, to put a sole on (a shoe or boot)
Tegenwoordige tijd (ik)zool
Verleden tijd (ik)zoolde
Voltooid deelwoordgezoold
Volledige vervoeging van het werkwoord zolen: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.
Indicatief
Tegenwoordige tijd
ik zool
jij zoolt (inversie: zool jij)
u zoolt
hij/zij/het zoolt
wij zolen
jullie zolen
zij zolen
Verleden tijd
ik zoolde
jij zoolde
u zoolde
hij/zij/het zoolde
wij zoolden
jullie zoolden
zij zoolden
Gebiedende wijs
Imperatief
zool
Onpersoonlijke vormen
Infinitief
zolen
Gerundium
zolen
Onvoltooid deelwoord
zolend
Voltooid deelwoord
gezoold
Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.