Vervoeging van zinnen

Alle vormen van het Nederlandse werkwoord.

2 verschillende werkwoorden « zinnen »: zinnen — to contemplate, to plot · zinnen — to satisfy, to please
zinnen
to contemplate, to plot
strong
Tegenwoordige tijd (ik)zin
Verleden tijd (ik)zon
Voltooid deelwoordgezonnen
Volledige vervoeging van het werkwoord zinnen: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.

Indicatief

Tegenwoordige tijd

ik zin
jij zint (inversie: zin jij)
u zint
hij/zij/het zint
wij zinnen
jullie zinnen
zij zinnen

Verleden tijd

ik zon
jij zon
u zon
hij/zij/het zon
wij zonnen
jullie zonnen
zij zonnen

Gebiedende wijs

Imperatief

zin

Onpersoonlijke vormen

Infinitief

zinnen

Gerundium

zinnen

Onvoltooid deelwoord

zinnend

Voltooid deelwoord

gezonnen
zinnen
to satisfy, to please
weak
Tegenwoordige tijd (ik)zin
Verleden tijd (ik)zinde
Voltooid deelwoordgezind

Indicatief

Tegenwoordige tijd

ik zin
jij zint (inversie: zin jij)
u zint
hij/zij/het zint
wij zinnen
jullie zinnen
zij zinnen

Verleden tijd

ik zinde
jij zinde
u zinde
hij/zij/het zinde
wij zinden
jullie zinden
zij zinden

Gebiedende wijs

Imperatief

zin

Onpersoonlijke vormen

Infinitief

zinnen

Gerundium

zinnen

Onvoltooid deelwoord

zinnend

Voltooid deelwoord

gezind

Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.