to zigzag
Tegenwoordige tijd (ik)zigzag
Verleden tijd (ik)zigzagde
Voltooid deelwoordgezigzagd
Volledige vervoeging van het werkwoord zigzaggen: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.
Indicatief
Tegenwoordige tijd
ik zigzag
jij zigzagt (inversie: zigzag jij)
u zigzagt
hij/zij/het zigzagt
wij zigzaggen
jullie zigzaggen
zij zigzaggen
Verleden tijd
ik zigzagde
jij zigzagde
u zigzagde
hij/zij/het zigzagde
wij zigzagden
jullie zigzagden
zij zigzagden
Gebiedende wijs
Imperatief
zigzag
Onpersoonlijke vormen
Infinitief
zigzaggen
Gerundium
zigzaggen
Onvoltooid deelwoord
zigzaggend
Voltooid deelwoord
gezigzagd
Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.