Vervoeging van zieden

Alle vormen van het Nederlandse werkwoord.

2 verschillende werkwoorden « zieden »: zieden — to boil · zieden — to seethe, to be in a violent or mentall
zieden
to boil
strong
Tegenwoordige tijd (ik)zied
Verleden tijd (ik)zood
Voltooid deelwoordgezoden
Volledige vervoeging van het werkwoord zieden: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.

Indicatief

Tegenwoordige tijd

ik zied
jij ziedt (inversie: zied jij)
u ziedt
hij/zij/het ziedt
wij zieden
jullie zieden
zij zieden

Verleden tijd

ik zood
jij zood
u zood
hij/zij/het zood
wij zoden
jullie zoden
zij zoden

Gebiedende wijs

Imperatief

zied

Onpersoonlijke vormen

Infinitief

zieden

Gerundium

zieden

Onvoltooid deelwoord

ziedend

Voltooid deelwoord

gezoden
zieden
to seethe, to be in a violent or mentally agitated state
weak
Tegenwoordige tijd (ik)zied
Verleden tijd (ik)ziedde
Voltooid deelwoordgezied

Indicatief

Tegenwoordige tijd

ik zied
jij ziedt (inversie: zied jij)
u ziedt
hij/zij/het ziedt
wij zieden
jullie zieden
zij zieden

Verleden tijd

ik ziedde
jij ziedde
u ziedde
hij/zij/het ziedde
wij ziedden
jullie ziedden
zij ziedden

Gebiedende wijs

Imperatief

zied

Onpersoonlijke vormen

Infinitief

zieden

Gerundium

zieden

Onvoltooid deelwoord

ziedend

Voltooid deelwoord

gezied

Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.