to set, to put
Tegenwoordige tijd (ik)zet
Verleden tijd (ik)zette
Voltooid deelwoordgezet
Volledige vervoeging van het werkwoord zetten: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.
Indicatief
Tegenwoordige tijd
ik zet
jij zet
u zet
hij/zij/het zet
wij zetten
jullie zetten
zij zetten
Verleden tijd
ik zette
jij zette
u zette
hij/zij/het zette
wij zetten
jullie zetten
zij zetten
Gebiedende wijs
Imperatief
zet
Onpersoonlijke vormen
Infinitief
zetten
Gerundium
zetten
Onvoltooid deelwoord
zettend
Voltooid deelwoord
gezet
Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.