Vervoeging van zekerstellen

Alle vormen van het Nederlandse werkwoord.

zekerstellen
to secure; to reserve
separable weak
scheidbaar
Tegenwoordige tijd (ik)stel zeker
Verleden tijd (ik)stelde zeker
Voltooid deelwoordzekergesteld
Volledige vervoeging van het werkwoord zekerstellen: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.

Indicatief

Tegenwoordige tijd

ik stel zeker
jij stelt zeker (inversie: stel zeker jij)
u stelt zeker
hij/zij/het stelt zeker
wij stellen zeker
jullie stellen zeker
zij stellen zeker

Verleden tijd

ik stelde zeker
jij stelde zeker
u stelde zeker
hij/zij/het stelde zeker
wij stelden zeker
jullie stelden zeker
zij stelden zeker

Tegenwoordige tijd (bijzin)

(dat) ik zekerstel
(dat) jij zekerstelt
(dat) u zekerstelt
(dat) hij/zij/het zekerstelt
(dat) wij zekerstellen
(dat) jullie zekerstellen
(dat) zij zekerstellen

Verleden tijd (bijzin)

(dat) ik zekerstelde
(dat) jij zekerstelde
(dat) u zekerstelde
(dat) hij/zij/het zekerstelde
(dat) wij zekerstelden
(dat) jullie zekerstelden
(dat) zij zekerstelden

Gebiedende wijs

Imperatief

stel zeker

Onpersoonlijke vormen

Infinitief

zekerstellen

Gerundium

zekerstellen

Onvoltooid deelwoord

zekerstellend

Voltooid deelwoord

zekergesteld

Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.