to piss
Tegenwoordige tijd (ik)zeik
Verleden tijd (ik)zeek
Voltooid deelwoordgezeken
Volledige vervoeging van het werkwoord zeiken: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.
Indicatief
Tegenwoordige tijd
ik zeik
jij zeikt (inversie: zeik jij)
u zeikt
hij/zij/het zeikt
wij zeiken
jullie zeiken
zij zeiken
Verleden tijd
ik zeek
jij zeek
u zeek
hij/zij/het zeek
wij zeken
jullie zeken
zij zeken
Gebiedende wijs
Imperatief
zeik
Onpersoonlijke vormen
Infinitief
zeiken
Gerundium
zeiken
Onvoltooid deelwoord
zeikend
Voltooid deelwoord
gezeken
Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.