to nag, to complain, to whine
Tegenwoordige tijd (ik)zanik
Verleden tijd (ik)zanikte
Voltooid deelwoordgezanikt
Volledige vervoeging van het werkwoord zaniken: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.
Indicatief
Tegenwoordige tijd
ik zanik
jij zanikt (inversie: zanik jij)
u zanikt
hij/zij/het zanikt
wij zaniken
jullie zaniken
zij zaniken
Verleden tijd
ik zanikte
jij zanikte
u zanikte
hij/zij/het zanikte
wij zanikten
jullie zanikten
zij zanikten
Gebiedende wijs
Imperatief
zanik
Onpersoonlijke vormen
Infinitief
zaniken
Gerundium
zaniken
Onvoltooid deelwoord
zanikend
Voltooid deelwoord
gezanikt
Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.