Vervoeging van zamelen

Alle vormen van het Nederlandse werkwoord.

zamelen
to gather
weak
Tegenwoordige tijd (ik)zamel
Verleden tijd (ik)zamelde
Voltooid deelwoordgezameld
Volledige vervoeging van het werkwoord zamelen: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.

Indicatief

Tegenwoordige tijd

ik zamel
jij zamelt (inversie: zamel jij)
u zamelt
hij/zij/het zamelt
wij zamelen
jullie zamelen
zij zamelen

Verleden tijd

ik zamelde
jij zamelde
u zamelde
hij/zij/het zamelde
wij zamelden
jullie zamelden
zij zamelden

Gebiedende wijs

Imperatief

zamel

Onpersoonlijke vormen

Infinitief

zamelen

Gerundium

zamelen

Onvoltooid deelwoord

zamelend

Voltooid deelwoord

gezameld

Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.