Vervoeging van zakendoen

Alle vormen van het Nederlandse werkwoord.

zakendoen
to do business
irregular separable
scheidbaar
onregelmatig
Tegenwoordige tijd (ik)doe zaken
Verleden tijd (ik)deed zaken
Voltooid deelwoordzakengedaan
Volledige vervoeging van het werkwoord zakendoen: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.

Indicatief

Tegenwoordige tijd

ik doe zaken
jij doet zaken (inversie: doe zaken jij)
u doet zaken
hij/zij/het doet zaken
wij doen zaken
jullie doen zaken
zij doen zaken

Verleden tijd

ik deed zaken
jij deed zaken
u deed zaken
hij/zij/het deed zaken
wij deden zaken
jullie deden zaken
zij deden zaken

Tegenwoordige tijd (bijzin)

(dat) ik zakendoe
(dat) jij zakendoet
(dat) u zakendoet
(dat) hij/zij/het zakendoet
(dat) wij zakendoen
(dat) jullie zakendoen
(dat) zij zakendoen

Verleden tijd (bijzin)

(dat) ik zakendeed
(dat) jij zakendeed
(dat) u zakendeed
(dat) hij/zij/het zakendeed
(dat) wij zakendeden
(dat) jullie zakendeden
(dat) zij zakendeden

Gebiedende wijs

Imperatief

doe zaken

Onpersoonlijke vormen

Infinitief

zakendoen

Gerundium

zakendoen

Onvoltooid deelwoord

zakendoend

Voltooid deelwoord

zakengedaan

Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.