to wash up, clean especially with a whitening agent
Tegenwoordige tijd (ik)was wit
Verleden tijd (ik)waste wit
Voltooid deelwoordwitgewassen
Volledige vervoeging van het werkwoord witwassen: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.
Indicatief
Tegenwoordige tijd
ik was wit
jij wast wit (inversie: was wit jij)
u wast wit
hij/zij/het wast wit
wij wassen wit
jullie wassen wit
zij wassen wit
Verleden tijd
ik waste wit
jij waste wit
u waste wit
hij/zij/het waste wit
wij wasten wit
jullie wasten wit
zij wasten wit
Tegenwoordige tijd (bijzin)
(dat) ik witwas
(dat) jij witwast
(dat) u witwast
(dat) hij/zij/het witwast
(dat) wij witwassen
(dat) jullie witwassen
(dat) zij witwassen
Verleden tijd (bijzin)
(dat) ik witwaste
(dat) jij witwaste
(dat) u witwaste
(dat) hij/zij/het witwaste
(dat) wij witwasten
(dat) jullie witwasten
(dat) zij witwasten
Gebiedende wijs
Imperatief
was wit
Onpersoonlijke vormen
Infinitief
witwassen
Gerundium
witwassen
Onvoltooid deelwoord
witwassend
Voltooid deelwoord
witgewassen
Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.