Vervoeging van wisselen

Alle vormen van het Nederlandse werkwoord.

wisselen
to swap, to exchange
weak
Tegenwoordige tijd (ik)wissel
Verleden tijd (ik)wisselde
Voltooid deelwoordgewisseld
Volledige vervoeging van het werkwoord wisselen: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.

Indicatief

Tegenwoordige tijd

ik wissel
jij wisselt (inversie: wissel jij)
u wisselt
hij/zij/het wisselt
wij wisselen
jullie wisselen
zij wisselen

Verleden tijd

ik wisselde
jij wisselde
u wisselde
hij/zij/het wisselde
wij wisselden
jullie wisselden
zij wisselden

Gebiedende wijs

Imperatief

wissel

Onpersoonlijke vormen

Infinitief

wisselen

Gerundium

wisselen

Onvoltooid deelwoord

wisselend

Voltooid deelwoord

gewisseld

Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.