Vervoeging van wintersporten

Alle vormen van het Nederlandse werkwoord.

wintersporten
to practice (a) winter sport(s)
weak
Tegenwoordige tijd (ik)wintersport
Verleden tijd (ik)wintersportte
Voltooid deelwoordgewintersport
Volledige vervoeging van het werkwoord wintersporten: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.

Indicatief

Tegenwoordige tijd

ik wintersport
jij wintersport
u wintersport
hij/zij/het wintersport
wij wintersporten
jullie wintersporten
zij wintersporten

Verleden tijd

ik wintersportte
jij wintersportte
u wintersportte
hij/zij/het wintersportte
wij wintersportten
jullie wintersportten
zij wintersportten

Gebiedende wijs

Imperatief

wintersport

Onpersoonlijke vormen

Infinitief

wintersporten

Gerundium

wintersporten

Onvoltooid deelwoord

wintersportend

Voltooid deelwoord

gewintersport

Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.