Vervoeging van winnen

Alle vormen van het Nederlandse werkwoord.

winnen
to win, to triumph, to be victorious (in)
strong
Tegenwoordige tijd (ik)win
Verleden tijd (ik)won
Voltooid deelwoordgewonnen
Volledige vervoeging van het werkwoord winnen: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.

Indicatief

Tegenwoordige tijd

ik win
jij wint (inversie: win jij)
u wint
hij/zij/het wint
wij winnen
jullie winnen
zij winnen

Verleden tijd

ik won
jij won
u won
hij/zij/het won
wij wonnen
jullie wonnen
zij wonnen

Gebiedende wijs

Imperatief

win

Onpersoonlijke vormen

Infinitief

winnen

Gerundium

winnen

Onvoltooid deelwoord

winnend

Voltooid deelwoord

gewonnen

Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.