Vervoeging van werken

Alle vormen van het Nederlandse werkwoord.

werken
to work, labour
weak
Tegenwoordige tijd (ik)werk
Verleden tijd (ik)werkte
Voltooid deelwoordgewerkt
Volledige vervoeging van het werkwoord werken: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.

Indicatief

Tegenwoordige tijd

ik werk
jij werkt (inversie: werk jij)
u werkt
hij/zij/het werkt
wij werken
jullie werken
zij werken

Verleden tijd

ik werkte
jij werkte
u werkte
hij/zij/het werkte
wij werkten
jullie werkten
zij werkten

Gebiedende wijs

Imperatief

werk

Onpersoonlijke vormen

Infinitief

werken

Gerundium

werken

Onvoltooid deelwoord

werkend

Voltooid deelwoord

gewerkt

Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.