to get used (to), to become accustomed
Tegenwoordige tijd (ik)wen
Verleden tijd (ik)wende
Voltooid deelwoordgewend
Volledige vervoeging van het werkwoord wennen: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.
Indicatief
Tegenwoordige tijd
ik wen
jij went (inversie: wen jij)
u went
hij/zij/het went
wij wennen
jullie wennen
zij wennen
Verleden tijd
ik wende
jij wende
u wende
hij/zij/het wende
wij wenden
jullie wenden
zij wenden
Gebiedende wijs
Imperatief
wen
Onpersoonlijke vormen
Infinitief
wennen
Gerundium
wennen
Onvoltooid deelwoord
wennend
Voltooid deelwoord
gewend
Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.