Vervoeging van wegzetten

Alle vormen van het Nederlandse werkwoord.

wegzetten
to put away, set aside
separable weak
scheidbaar
Tegenwoordige tijd (ik)zet weg
Verleden tijd (ik)zette weg
Voltooid deelwoordweggezet
Volledige vervoeging van het werkwoord wegzetten: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.

Indicatief

Tegenwoordige tijd

ik zet weg
jij zet weg
u zet weg
hij/zij/het zet weg
wij zetten weg
jullie zetten weg
zij zetten weg

Verleden tijd

ik zette weg
jij zette weg
u zette weg
hij/zij/het zette weg
wij zetten weg
jullie zetten weg
zij zetten weg

Tegenwoordige tijd (bijzin)

(dat) ik wegzet
(dat) jij wegzet
(dat) u wegzet
(dat) hij/zij/het wegzet
(dat) wij wegzetten
(dat) jullie wegzetten
(dat) zij wegzetten

Verleden tijd (bijzin)

(dat) ik wegzette
(dat) jij wegzette
(dat) u wegzette
(dat) hij/zij/het wegzette
(dat) wij wegzetten
(dat) jullie wegzetten
(dat) zij wegzetten

Gebiedende wijs

Imperatief

zet weg

Onpersoonlijke vormen

Infinitief

wegzetten

Gerundium

wegzetten

Onvoltooid deelwoord

wegzettend

Voltooid deelwoord

weggezet

Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.