to sneak off, slip away
Tegenwoordige tijd (ik)sluip weg
Verleden tijd (ik)sloop weg
Voltooid deelwoordweggeslopen
Volledige vervoeging van het werkwoord wegsluipen: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.
Indicatief
Tegenwoordige tijd
ik sluip weg
jij sluipt weg (inversie: sluip weg jij)
u sluipt weg
hij/zij/het sluipt weg
wij sluipen weg
jullie sluipen weg
zij sluipen weg
Verleden tijd
ik sloop weg
jij sloop weg
u sloop weg
hij/zij/het sloop weg
wij slopen weg
jullie slopen weg
zij slopen weg
Tegenwoordige tijd (bijzin)
(dat) ik wegsluip
(dat) jij wegsluipt
(dat) u wegsluipt
(dat) hij/zij/het wegsluipt
(dat) wij wegsluipen
(dat) jullie wegsluipen
(dat) zij wegsluipen
Verleden tijd (bijzin)
(dat) ik wegsloop
(dat) jij wegsloop
(dat) u wegsloop
(dat) hij/zij/het wegsloop
(dat) wij wegslopen
(dat) jullie wegslopen
(dat) zij wegslopen
Gebiedende wijs
Imperatief
sluip weg
Onpersoonlijke vormen
Infinitief
wegsluipen
Gerundium
wegsluipen
Onvoltooid deelwoord
wegsluipend
Voltooid deelwoord
weggeslopen
Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.