Vervoeging van wegscheren

Alle vormen van het Nederlandse werkwoord.

2 verschillende werkwoorden « wegscheren »: wegscheren — to remove by shaving · wegscheren — to scram
wegscheren
to remove by shaving
separable strong
scheidbaar
Tegenwoordige tijd (ik)scheer weg
Verleden tijd (ik)schoor weg
Voltooid deelwoordweggeschoren
Volledige vervoeging van het werkwoord wegscheren: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.

Indicatief

Tegenwoordige tijd

ik scheer weg
jij scheert weg (inversie: scheer weg jij)
u scheert weg
hij/zij/het scheert weg
wij scheren weg
jullie scheren weg
zij scheren weg

Verleden tijd

ik schoor weg
jij schoor weg
u schoor weg
hij/zij/het schoor weg
wij schoren weg
jullie schoren weg
zij schoren weg

Tegenwoordige tijd (bijzin)

(dat) ik wegscheer
(dat) jij wegscheert
(dat) u wegscheert
(dat) hij/zij/het wegscheert
(dat) wij wegscheren
(dat) jullie wegscheren
(dat) zij wegscheren

Verleden tijd (bijzin)

(dat) ik wegschoor
(dat) jij wegschoor
(dat) u wegschoor
(dat) hij/zij/het wegschoor
(dat) wij wegschoren
(dat) jullie wegschoren
(dat) zij wegschoren

Gebiedende wijs

Imperatief

scheer weg

Onpersoonlijke vormen

Infinitief

wegscheren

Gerundium

wegscheren

Onvoltooid deelwoord

wegscherend

Voltooid deelwoord

weggeschoren
wegscheren
to scram
separable weak
scheidbaar
Tegenwoordige tijd (ik)scheer weg
Verleden tijd (ik)scheerde weg
Voltooid deelwoordweggescheerd

Indicatief

Tegenwoordige tijd

ik scheer weg
jij scheert weg (inversie: scheer weg jij)
u scheert weg
hij/zij/het scheert weg
wij scheren weg
jullie scheren weg
zij scheren weg

Verleden tijd

ik scheerde weg
jij scheerde weg
u scheerde weg
hij/zij/het scheerde weg
wij scheerden weg
jullie scheerden weg
zij scheerden weg

Tegenwoordige tijd (bijzin)

(dat) ik wegscheer
(dat) jij wegscheert
(dat) u wegscheert
(dat) hij/zij/het wegscheert
(dat) wij wegscheren
(dat) jullie wegscheren
(dat) zij wegscheren

Verleden tijd (bijzin)

(dat) ik wegscheerde
(dat) jij wegscheerde
(dat) u wegscheerde
(dat) hij/zij/het wegscheerde
(dat) wij wegscheerden
(dat) jullie wegscheerden
(dat) zij wegscheerden

Gebiedende wijs

Imperatief

scheer weg

Onpersoonlijke vormen

Infinitief

wegscheren

Gerundium

wegscheren

Onvoltooid deelwoord

wegscherend

Voltooid deelwoord

weggescheerd

Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.