to put away, to clear away, to get rid of
Tegenwoordige tijd (ik)doe weg
Verleden tijd (ik)deed weg
Voltooid deelwoordweggedaan
Volledige vervoeging van het werkwoord wegdoen: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.
Indicatief
Tegenwoordige tijd
ik doe weg
jij doet weg (inversie: doe weg jij)
u doet weg
hij/zij/het doet weg
wij doen weg
jullie doen weg
zij doen weg
Verleden tijd
ik deed weg
jij deed weg
u deed weg
hij/zij/het deed weg
wij deden weg
jullie deden weg
zij deden weg
Tegenwoordige tijd (bijzin)
(dat) ik wegdoe
(dat) jij wegdoet
(dat) u wegdoet
(dat) hij/zij/het wegdoet
(dat) wij wegdoen
(dat) jullie wegdoen
(dat) zij wegdoen
Verleden tijd (bijzin)
(dat) ik wegdeed
(dat) jij wegdeed
(dat) u wegdeed
(dat) hij/zij/het wegdeed
(dat) wij wegdeden
(dat) jullie wegdeden
(dat) zij wegdeden
Gebiedende wijs
Imperatief
doe weg
Onpersoonlijke vormen
Infinitief
wegdoen
Gerundium
wegdoen
Onvoltooid deelwoord
wegdoend
Voltooid deelwoord
weggedaan
Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.