to see again
Tegenwoordige tijd (ik)zie weer
Verleden tijd (ik)zag weer
Voltooid deelwoordweergezien
Volledige vervoeging van het werkwoord weerzien: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.
Indicatief
Tegenwoordige tijd
ik zie weer
jij ziet weer (inversie: zie weer jij)
u ziet weer
hij/zij/het ziet weer
wij zien weer
jullie zien weer
zij zien weer
Verleden tijd
ik zag weer
jij zag weer
u zag weer
hij/zij/het zag weer
wij zagen weer
jullie zagen weer
zij zagen weer
Tegenwoordige tijd (bijzin)
(dat) ik weerzie
(dat) jij weerziet
(dat) u weerziet
(dat) hij/zij/het weerziet
(dat) wij weerzien
(dat) jullie weerzien
(dat) zij weerzien
Verleden tijd (bijzin)
(dat) ik weerzag
(dat) jij weerzag
(dat) u weerzag
(dat) hij/zij/het weerzag
(dat) wij weerzagen
(dat) jullie weerzagen
(dat) zij weerzagen
Gebiedende wijs
Imperatief
zie weer
Onpersoonlijke vormen
Infinitief
weerzien
Gerundium
weerzien
Onvoltooid deelwoord
weerziend
Voltooid deelwoord
weergezien
Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.