3 verschillende werkwoorden « wassen »:
wassen — to wash, to clean · wassen — to grow, to rise, to increase, to become · wassen — to rub wax on, to wax
to wash, to clean
Tegenwoordige tijd (ik)was
Verleden tijd (ik)waste
Voltooid deelwoordgewassen
Volledige vervoeging van het werkwoord wassen: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.
Indicatief
Tegenwoordige tijd
ik was
jij wast (inversie: was jij)
u wast
hij/zij/het wast
wij wassen
jullie wassen
zij wassen
Verleden tijd
ik waste
jij waste
u waste
hij/zij/het waste
wij wasten
jullie wasten
zij wasten
Gebiedende wijs
Imperatief
was
Onpersoonlijke vormen
Infinitief
wassen
Gerundium
wassen
Onvoltooid deelwoord
wassend
Voltooid deelwoord
gewassen
to grow, to rise, to increase, to become higher and/or bigger, to wax
Tegenwoordige tijd (ik)was
Verleden tijd (ik)wies
Voltooid deelwoordgewassen
Indicatief
Tegenwoordige tijd
ik was
jij wast (inversie: was jij)
u wast
hij/zij/het wast
wij wassen
jullie wassen
zij wassen
Verleden tijd
ik wies
jij wies
u wies
hij/zij/het wies
wij wiesen
jullie wiesen
zij wiesen
Gebiedende wijs
Imperatief
was
Onpersoonlijke vormen
Infinitief
wassen
Gerundium
wassen
Onvoltooid deelwoord
wassend
Voltooid deelwoord
gewassen
to rub wax on, to wax
Tegenwoordige tijd (ik)was
Verleden tijd (ik)waste
Voltooid deelwoordgewast
Indicatief
Tegenwoordige tijd
ik was
jij wast (inversie: was jij)
u wast
hij/zij/het wast
wij wassen
jullie wassen
zij wassen
Verleden tijd
ik waste
jij waste
u waste
hij/zij/het waste
wij wasten
jullie wasten
zij wasten
Gebiedende wijs
Imperatief
was
Onpersoonlijke vormen
Infinitief
wassen
Gerundium
wassen
Onvoltooid deelwoord
wassend
Voltooid deelwoord
gewast
Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.