Vervoeging van wapenen

Alle vormen van het Nederlandse werkwoord.

wapenen
to arm, to give weapons to
weak
Tegenwoordige tijd (ik)wapen
Verleden tijd (ik)wapende
Voltooid deelwoordgewapend
Volledige vervoeging van het werkwoord wapenen: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.

Indicatief

Tegenwoordige tijd

ik wapen
jij wapent (inversie: wapen jij)
u wapent
hij/zij/het wapent
wij wapenen
jullie wapenen
zij wapenen

Verleden tijd

ik wapende
jij wapende
u wapende
hij/zij/het wapende
wij wapenden
jullie wapenden
zij wapenden

Gebiedende wijs

Imperatief

wapen

Onpersoonlijke vormen

Infinitief

wapenen

Gerundium

wapenen

Onvoltooid deelwoord

wapenend

Voltooid deelwoord

gewapend

Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.