Vervoeging van wandelen

Alle vormen van het Nederlandse werkwoord.

wandelen
to stroll, be on a walk (‘to go for a walk’ = ‘gaan wandelen’)
weak
Tegenwoordige tijd (ik)wandel
Verleden tijd (ik)wandelde
Voltooid deelwoordgewandeld
Volledige vervoeging van het werkwoord wandelen: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.

Indicatief

Tegenwoordige tijd

ik wandel
jij wandelt (inversie: wandel jij)
u wandelt
hij/zij/het wandelt
wij wandelen
jullie wandelen
zij wandelen

Verleden tijd

ik wandelde
jij wandelde
u wandelde
hij/zij/het wandelde
wij wandelden
jullie wandelden
zij wandelden

Gebiedende wijs

Imperatief

wandel

Onpersoonlijke vormen

Infinitief

wandelen

Gerundium

wandelen

Onvoltooid deelwoord

wandelend

Voltooid deelwoord

gewandeld

Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.