Vervoeging van waggelen

Alle vormen van het Nederlandse werkwoord.

waggelen
to waddle, waggle
weak
Tegenwoordige tijd (ik)waggel
Verleden tijd (ik)waggelde
Voltooid deelwoordgewaggeld
Volledige vervoeging van het werkwoord waggelen: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.

Indicatief

Tegenwoordige tijd

ik waggel
jij waggelt (inversie: waggel jij)
u waggelt
hij/zij/het waggelt
wij waggelen
jullie waggelen
zij waggelen

Verleden tijd

ik waggelde
jij waggelde
u waggelde
hij/zij/het waggelde
wij waggelden
jullie waggelden
zij waggelden

Gebiedende wijs

Imperatief

waggel

Onpersoonlijke vormen

Infinitief

waggelen

Gerundium

waggelen

Onvoltooid deelwoord

waggelend

Voltooid deelwoord

gewaggeld

Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.