Vervoeging van waarmaken

Alle vormen van het Nederlandse werkwoord.

waarmaken
to make good, make happen
separable weak
scheidbaar
Tegenwoordige tijd (ik)maak waar
Verleden tijd (ik)maakte waar
Voltooid deelwoordwaargemaakt
Volledige vervoeging van het werkwoord waarmaken: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.

Indicatief

Tegenwoordige tijd

ik maak waar
jij maakt waar (inversie: maak waar jij)
u maakt waar
hij/zij/het maakt waar
wij maken waar
jullie maken waar
zij maken waar

Verleden tijd

ik maakte waar
jij maakte waar
u maakte waar
hij/zij/het maakte waar
wij maakten waar
jullie maakten waar
zij maakten waar

Tegenwoordige tijd (bijzin)

(dat) ik waarmaak
(dat) jij waarmaakt
(dat) u waarmaakt
(dat) hij/zij/het waarmaakt
(dat) wij waarmaken
(dat) jullie waarmaken
(dat) zij waarmaken

Verleden tijd (bijzin)

(dat) ik waarmaakte
(dat) jij waarmaakte
(dat) u waarmaakte
(dat) hij/zij/het waarmaakte
(dat) wij waarmaakten
(dat) jullie waarmaakten
(dat) zij waarmaakten

Gebiedende wijs

Imperatief

maak waar

Onpersoonlijke vormen

Infinitief

waarmaken

Gerundium

waarmaken

Onvoltooid deelwoord

waarmakend

Voltooid deelwoord

waargemaakt

Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.