Vervoeging van vruchten

Alle vormen van het Nederlandse werkwoord.

vruchten
to fear
weak
Tegenwoordige tijd (ik)vrucht
Verleden tijd (ik)vruchtte
Voltooid deelwoordgevrucht
Volledige vervoeging van het werkwoord vruchten: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.

Indicatief

Tegenwoordige tijd

ik vrucht
jij vrucht
u vrucht
hij/zij/het vrucht
wij vruchten
jullie vruchten
zij vruchten

Verleden tijd

ik vruchtte
jij vruchtte
u vruchtte
hij/zij/het vruchtte
wij vruchtten
jullie vruchtten
zij vruchtten

Gebiedende wijs

Imperatief

vrucht

Onpersoonlijke vormen

Infinitief

vruchten

Gerundium

vruchten

Onvoltooid deelwoord

vruchtend

Voltooid deelwoord

gevrucht

Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.