Vervoeging van vrijlopen

Alle vormen van het Nederlandse werkwoord.

vrijlopen
to walk freely
separable strong
scheidbaar
Tegenwoordige tijd (ik)loop vrij
Verleden tijd (ik)liep vrij
Voltooid deelwoordvrijgelopen
Volledige vervoeging van het werkwoord vrijlopen: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.

Indicatief

Tegenwoordige tijd

ik loop vrij
jij loopt vrij (inversie: loop vrij jij)
u loopt vrij
hij/zij/het loopt vrij
wij lopen vrij
jullie lopen vrij
zij lopen vrij

Verleden tijd

ik liep vrij
jij liep vrij
u liep vrij
hij/zij/het liep vrij
wij liepen vrij
jullie liepen vrij
zij liepen vrij

Tegenwoordige tijd (bijzin)

(dat) ik vrijloop
(dat) jij vrijloopt
(dat) u vrijloopt
(dat) hij/zij/het vrijloopt
(dat) wij vrijlopen
(dat) jullie vrijlopen
(dat) zij vrijlopen

Verleden tijd (bijzin)

(dat) ik vrijliep
(dat) jij vrijliep
(dat) u vrijliep
(dat) hij/zij/het vrijliep
(dat) wij vrijliepen
(dat) jullie vrijliepen
(dat) zij vrijliepen

Gebiedende wijs

Imperatief

loop vrij

Onpersoonlijke vormen

Infinitief

vrijlopen

Gerundium

vrijlopen

Onvoltooid deelwoord

vrijlopend

Voltooid deelwoord

vrijgelopen

Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.