Vervoeging van vrijlaten

Alle vormen van het Nederlandse werkwoord.

vrijlaten
to release
separable strong
scheidbaar
Tegenwoordige tijd (ik)laat vrij
Verleden tijd (ik)liet vrij
Voltooid deelwoordvrijgelaten
Volledige vervoeging van het werkwoord vrijlaten: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.

Indicatief

Tegenwoordige tijd

ik laat vrij
jij laat vrij
u laat vrij
hij/zij/het laat vrij
wij laten vrij
jullie laten vrij
zij laten vrij

Verleden tijd

ik liet vrij
jij liet vrij
u liet vrij
hij/zij/het liet vrij
wij lieten vrij
jullie lieten vrij
zij lieten vrij

Tegenwoordige tijd (bijzin)

(dat) ik vrijlaat
(dat) jij vrijlaat
(dat) u vrijlaat
(dat) hij/zij/het vrijlaat
(dat) wij vrijlaten
(dat) jullie vrijlaten
(dat) zij vrijlaten

Verleden tijd (bijzin)

(dat) ik vrijliet
(dat) jij vrijliet
(dat) u vrijliet
(dat) hij/zij/het vrijliet
(dat) wij vrijlieten
(dat) jullie vrijlieten
(dat) zij vrijlieten

Gebiedende wijs

Imperatief

laat vrij

Onpersoonlijke vormen

Infinitief

vrijlaten

Gerundium

vrijlaten

Onvoltooid deelwoord

vrijlatend

Voltooid deelwoord

vrijgelaten

Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.