Vervoeging van vormgeven

Alle vormen van het Nederlandse werkwoord.

vormgeven
To give shape or form; to design.
separable strong
scheidbaar
Tegenwoordige tijd (ik)geef vorm
Verleden tijd (ik)gaf vorm
Voltooid deelwoordvormgegeven
Volledige vervoeging van het werkwoord vormgeven: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.

Indicatief

Tegenwoordige tijd

ik geef vorm
jij geeft vorm (inversie: geef vorm jij)
u geeft vorm
hij/zij/het geeft vorm
wij geven vorm
jullie geven vorm
zij geven vorm

Verleden tijd

ik gaf vorm
jij gaf vorm
u gaf vorm
hij/zij/het gaf vorm
wij gaven vorm
jullie gaven vorm
zij gaven vorm

Tegenwoordige tijd (bijzin)

(dat) ik vormgeef
(dat) jij vormgeeft
(dat) u vormgeeft
(dat) hij/zij/het vormgeeft
(dat) wij vormgeven
(dat) jullie vormgeven
(dat) zij vormgeven

Verleden tijd (bijzin)

(dat) ik vormgaf
(dat) jij vormgaf
(dat) u vormgaf
(dat) hij/zij/het vormgaf
(dat) wij vormgaven
(dat) jullie vormgaven
(dat) zij vormgaven

Gebiedende wijs

Imperatief

geef vorm

Onpersoonlijke vormen

Infinitief

vormgeven

Gerundium

vormgeven

Onvoltooid deelwoord

vormgevend

Voltooid deelwoord

vormgegeven

Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.