to precede, to get to a place before (someone else)
Tegenwoordige tijd (ik)ben voor
Verleden tijd (ik)was voor
Voltooid deelwoordvoorgeweest
Volledige vervoeging van het werkwoord voorzijn: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.
Indicatief
Tegenwoordige tijd
ik ben voor
jij bent voor (inversie: ben voor jij)
u bent voor / is voor
hij/zij/het is voor
wij zijn voor
jullie zijn voor
zij zijn voor
Verleden tijd
ik was voor
jij was voor
u was voor
hij/zij/het was voor
wij waren voor
jullie waren voor
zij waren voor
Tegenwoordige tijd (bijzin)
(dat) ik voorben
(dat) jij voorbent
(dat) u voorbent / vooris
(dat) hij/zij/het vooris
(dat) wij voorzijn
(dat) jullie voorzijn
(dat) zij voorzijn
Verleden tijd (bijzin)
(dat) ik voorwas
(dat) jij voorwas
(dat) u voorwas
(dat) hij/zij/het voorwas
(dat) wij voorwaren
(dat) jullie voorwaren
(dat) zij voorwaren
Gebiedende wijs
Imperatief
wees voor / ben voor
Onpersoonlijke vormen
Infinitief
voorzijn
Gerundium
voorzijn
Onvoltooid deelwoord
voorzijnd
Voltooid deelwoord
voorgeweest
Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.