to provide, to supply (optionally [with van ‘with’])
Tegenwoordige tijd (ik)voorzie
Verleden tijd (ik)voorzag
Voltooid deelwoordvoorzien
Volledige vervoeging van het werkwoord voorzien: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.
Indicatief
Tegenwoordige tijd
ik voorzie
jij voorziet (inversie: voorzie jij)
u voorziet
hij/zij/het voorziet
wij voorzien
jullie voorzien
zij voorzien
Verleden tijd
ik voorzag
jij voorzag
u voorzag
hij/zij/het voorzag
wij voorzagen
jullie voorzagen
zij voorzagen
Gebiedende wijs
Imperatief
voorzie
Onpersoonlijke vormen
Infinitief
voorzien
Gerundium
voorzien
Onvoltooid deelwoord
voorziend
Voltooid deelwoord
voorzien
Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.