2 verschillende werkwoorden « voorzeggen »:
voorzeggen — to say in advance/beforehand; · voorzeggen — to predict, foretell, forespell
to say in advance/beforehand;
Tegenwoordige tijd (ik)zeg voor
Verleden tijd (ik)zei voor / zegde voor
Voltooid deelwoordvoorgezegd
Volledige vervoeging van het werkwoord voorzeggen: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.
Indicatief
Tegenwoordige tijd
ik zeg voor
jij zegt voor (inversie: zeg voor jij)
u zegt voor
hij/zij/het zegt voor
wij zeggen voor
jullie zeggen voor
zij zeggen voor
Verleden tijd
ik zei voor / zegde voor
jij zei voor (inversie: zegde voor jij)
u zei voor / zegde voor
hij/zij/het zei voor / zegde voor
wij zeiden voor / zegden voor
jullie zeiden voor / zegden voor
zij zeiden voor / zegden voor
Tegenwoordige tijd (bijzin)
(dat) ik voorzeg
(dat) jij voorzegt
(dat) u voorzegt
(dat) hij/zij/het voorzegt
(dat) wij voorzeggen
(dat) jullie voorzeggen
(dat) zij voorzeggen
Verleden tijd (bijzin)
(dat) ik voorzei / voorzegde
(dat) jij voorzei / voorzegde
(dat) u voorzei / voorzegde
(dat) hij/zij/het voorzei / voorzegde
(dat) wij voorzeiden / voorzegden
(dat) jullie voorzeiden / voorzegden
(dat) zij voorzeiden / voorzegden
Gebiedende wijs
Imperatief
zeg voor
Onpersoonlijke vormen
Infinitief
voorzeggen
Gerundium
voorzeggen
Onvoltooid deelwoord
voorzeggend
Voltooid deelwoord
voorgezegd
to predict, foretell, forespell
Tegenwoordige tijd (ik)voorzeg
Verleden tijd (ik)voorzei / voorzegde
Voltooid deelwoordvoorzegd
Indicatief
Tegenwoordige tijd
ik voorzeg
jij voorzegt (inversie: voorzeg jij)
u voorzegt
hij/zij/het voorzegt
wij voorzeggen
jullie voorzeggen
zij voorzeggen
Verleden tijd
ik voorzei / voorzegde
jij voorzei (inversie: voorzegde jij)
u voorzei / voorzegde
hij/zij/het voorzei / voorzegde
wij voorzeiden / voorzegden
jullie voorzeiden / voorzegden
zij voorzeiden / voorzegden
Gebiedende wijs
Imperatief
voorzeg
Onpersoonlijke vormen
Infinitief
voorzeggen
Gerundium
voorzeggen
Onvoltooid deelwoord
voorzeggend
Voltooid deelwoord
voorzegd
Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.