Vervoeging van voortzetten

Alle vormen van het Nederlandse werkwoord.

voortzetten
to continue
separable weak
scheidbaar
Tegenwoordige tijd (ik)zet voort
Verleden tijd (ik)zette voort
Voltooid deelwoordvoortgezet
Volledige vervoeging van het werkwoord voortzetten: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.

Indicatief

Tegenwoordige tijd

ik zet voort
jij zet voort
u zet voort
hij/zij/het zet voort
wij zetten voort
jullie zetten voort
zij zetten voort

Verleden tijd

ik zette voort
jij zette voort
u zette voort
hij/zij/het zette voort
wij zetten voort
jullie zetten voort
zij zetten voort

Tegenwoordige tijd (bijzin)

(dat) ik voortzet
(dat) jij voortzet
(dat) u voortzet
(dat) hij/zij/het voortzet
(dat) wij voortzetten
(dat) jullie voortzetten
(dat) zij voortzetten

Verleden tijd (bijzin)

(dat) ik voortzette
(dat) jij voortzette
(dat) u voortzette
(dat) hij/zij/het voortzette
(dat) wij voortzetten
(dat) jullie voortzetten
(dat) zij voortzetten

Gebiedende wijs

Imperatief

zet voort

Onpersoonlijke vormen

Infinitief

voortzetten

Gerundium

voortzetten

Onvoltooid deelwoord

voortzettend

Voltooid deelwoord

voortgezet

Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.