to tow or drag forth
Tegenwoordige tijd (ik)sleep voort
Verleden tijd (ik)sleepte voort
Voltooid deelwoordvoortgesleept
Volledige vervoeging van het werkwoord voortslepen: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.
Indicatief
Tegenwoordige tijd
ik sleep voort
jij sleept voort (inversie: sleep voort jij)
u sleept voort
hij/zij/het sleept voort
wij slepen voort
jullie slepen voort
zij slepen voort
Verleden tijd
ik sleepte voort
jij sleepte voort
u sleepte voort
hij/zij/het sleepte voort
wij sleepten voort
jullie sleepten voort
zij sleepten voort
Tegenwoordige tijd (bijzin)
(dat) ik voortsleep
(dat) jij voortsleept
(dat) u voortsleept
(dat) hij/zij/het voortsleept
(dat) wij voortslepen
(dat) jullie voortslepen
(dat) zij voortslepen
Verleden tijd (bijzin)
(dat) ik voortsleepte
(dat) jij voortsleepte
(dat) u voortsleepte
(dat) hij/zij/het voortsleepte
(dat) wij voortsleepten
(dat) jullie voortsleepten
(dat) zij voortsleepten
Gebiedende wijs
Imperatief
sleep voort
Onpersoonlijke vormen
Infinitief
voortslepen
Gerundium
voortslepen
Onvoltooid deelwoord
voortslepend
Voltooid deelwoord
voortgesleept
Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.