Vervoeging van voortbrengen

Alle vormen van het Nederlandse werkwoord.

voortbrengen
to engender
separable weak
scheidbaar
Tegenwoordige tijd (ik)breng voort
Verleden tijd (ik)bracht voort
Voltooid deelwoordvoortgebracht
Volledige vervoeging van het werkwoord voortbrengen: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.

Indicatief

Tegenwoordige tijd

ik breng voort
jij brengt voort (inversie: breng voort jij)
u brengt voort
hij/zij/het brengt voort
wij brengen voort
jullie brengen voort
zij brengen voort

Verleden tijd

ik bracht voort
jij bracht voort
u bracht voort
hij/zij/het bracht voort
wij brachten voort
jullie brachten voort
zij brachten voort

Tegenwoordige tijd (bijzin)

(dat) ik voortbreng
(dat) jij voortbrengt
(dat) u voortbrengt
(dat) hij/zij/het voortbrengt
(dat) wij voortbrengen
(dat) jullie voortbrengen
(dat) zij voortbrengen

Verleden tijd (bijzin)

(dat) ik voortbracht
(dat) jij voortbracht
(dat) u voortbracht
(dat) hij/zij/het voortbracht
(dat) wij voortbrachten
(dat) jullie voortbrachten
(dat) zij voortbrachten

Gebiedende wijs

Imperatief

breng voort

Onpersoonlijke vormen

Infinitief

voortbrengen

Gerundium

voortbrengen

Onvoltooid deelwoord

voortbrengend

Voltooid deelwoord

voortgebracht

Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.