Vervoeging van voorstaan

Alle vormen van het Nederlandse werkwoord.

voorstaan
to uphold, maintain
irregular separable strong
scheidbaar
onregelmatig
Tegenwoordige tijd (ik)sta voor
Verleden tijd (ik)stond voor
Voltooid deelwoordvoorgestaan
Volledige vervoeging van het werkwoord voorstaan: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.

Indicatief

Tegenwoordige tijd

ik sta voor
jij staat voor (inversie: sta voor jij)
u staat voor
hij/zij/het staat voor
wij staan voor
jullie staan voor
zij staan voor

Verleden tijd

ik stond voor
jij stond voor
u stond voor
hij/zij/het stond voor
wij stonden voor
jullie stonden voor
zij stonden voor

Tegenwoordige tijd (bijzin)

(dat) ik voorsta
(dat) jij voorstaat
(dat) u voorstaat
(dat) hij/zij/het voorstaat
(dat) wij voorstaan
(dat) jullie voorstaan
(dat) zij voorstaan

Verleden tijd (bijzin)

(dat) ik voorstond
(dat) jij voorstond
(dat) u voorstond
(dat) hij/zij/het voorstond
(dat) wij voorstonden
(dat) jullie voorstonden
(dat) zij voorstonden

Gebiedende wijs

Imperatief

sta voor

Onpersoonlijke vormen

Infinitief

voorstaan

Gerundium

voorstaan

Onvoltooid deelwoord

voorstaand

Voltooid deelwoord

voorgestaan

Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.