Vervoeging van voorliegen

Alle vormen van het Nederlandse werkwoord.

voorliegen
to lie to, to tell a lie to someone
separable strong
scheidbaar
Tegenwoordige tijd (ik)lieg voor
Verleden tijd (ik)loog voor
Voltooid deelwoordvoorgelogen
Volledige vervoeging van het werkwoord voorliegen: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.

Indicatief

Tegenwoordige tijd

ik lieg voor
jij liegt voor (inversie: lieg voor jij)
u liegt voor
hij/zij/het liegt voor
wij liegen voor
jullie liegen voor
zij liegen voor

Verleden tijd

ik loog voor
jij loog voor
u loog voor
hij/zij/het loog voor
wij logen voor
jullie logen voor
zij logen voor

Tegenwoordige tijd (bijzin)

(dat) ik voorlieg
(dat) jij voorliegt
(dat) u voorliegt
(dat) hij/zij/het voorliegt
(dat) wij voorliegen
(dat) jullie voorliegen
(dat) zij voorliegen

Verleden tijd (bijzin)

(dat) ik voorloog
(dat) jij voorloog
(dat) u voorloog
(dat) hij/zij/het voorloog
(dat) wij voorlogen
(dat) jullie voorlogen
(dat) zij voorlogen

Gebiedende wijs

Imperatief

lieg voor

Onpersoonlijke vormen

Infinitief

voorliegen

Gerundium

voorliegen

Onvoltooid deelwoord

voorliegend

Voltooid deelwoord

voorgelogen

Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.