Vervoeging van voorkomen

Alle vormen van het Nederlandse werkwoord.

2 verschillende werkwoorden « voorkomen »: voorkomen — to exist, to occur · voorkomen — to prevent; to avert
voorkomen
to exist, to occur
irregular separable strong
scheidbaar
onregelmatig
Tegenwoordige tijd (ik)kom voor
Verleden tijd (ik)kwam voor
Voltooid deelwoordvoorgekomen
Volledige vervoeging van het werkwoord voorkomen: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.

Indicatief

Tegenwoordige tijd

ik kom voor
jij komt voor (inversie: kom voor jij)
u komt voor
hij/zij/het komt voor
wij komen voor
jullie komen voor
zij komen voor

Verleden tijd

ik kwam voor
jij kwam voor
u kwam voor
hij/zij/het kwam voor
wij kwamen voor
jullie kwamen voor
zij kwamen voor

Tegenwoordige tijd (bijzin)

(dat) ik voorkom
(dat) jij voorkomt
(dat) u voorkomt
(dat) hij/zij/het voorkomt
(dat) wij voorkomen
(dat) jullie voorkomen
(dat) zij voorkomen

Verleden tijd (bijzin)

(dat) ik voorkwam
(dat) jij voorkwam
(dat) u voorkwam
(dat) hij/zij/het voorkwam
(dat) wij voorkwamen
(dat) jullie voorkwamen
(dat) zij voorkwamen

Gebiedende wijs

Imperatief

kom voor

Onpersoonlijke vormen

Infinitief

voorkomen

Gerundium

voorkomen

Onvoltooid deelwoord

voorkomend

Voltooid deelwoord

voorgekomen
voorkomen
to prevent; to avert
irregular strong
onregelmatig
Tegenwoordige tijd (ik)voorkom
Verleden tijd (ik)voorkwam
Voltooid deelwoordvoorkomen

Indicatief

Tegenwoordige tijd

ik voorkom
jij voorkomt (inversie: voorkom jij)
u voorkomt
hij/zij/het voorkomt
wij voorkomen
jullie voorkomen
zij voorkomen

Verleden tijd

ik voorkwam
jij voorkwam
u voorkwam
hij/zij/het voorkwam
wij voorkwamen
jullie voorkwamen
zij voorkwamen

Gebiedende wijs

Imperatief

voorkom

Onpersoonlijke vormen

Infinitief

voorkomen

Gerundium

voorkomen

Onvoltooid deelwoord

voorkomend

Voltooid deelwoord

voorkomen

Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.