Vervoeging van voorhebben

Alle vormen van het Nederlandse werkwoord.

voorhebben
to intend
irregular separable weak
scheidbaar
onregelmatig
Tegenwoordige tijd (ik)heb voor
Verleden tijd (ik)had voor
Voltooid deelwoordvoorgehad
Volledige vervoeging van het werkwoord voorhebben: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.

Indicatief

Tegenwoordige tijd

ik heb voor
jij hebt voor (inversie: heb voor jij)
u hebt voor / heeft voor
hij/zij/het heeft voor
wij hebben voor
jullie hebben voor
zij hebben voor

Verleden tijd

ik had voor
jij had voor
u had voor
hij/zij/het had voor
wij hadden voor
jullie hadden voor
zij hadden voor

Tegenwoordige tijd (bijzin)

(dat) ik voorheb
(dat) jij voorhebt
(dat) u voorhebt / voorheeft
(dat) hij/zij/het voorheeft
(dat) wij voorhebben
(dat) jullie voorhebben
(dat) zij voorhebben

Verleden tijd (bijzin)

(dat) ik voorhad
(dat) jij voorhad
(dat) u voorhad
(dat) hij/zij/het voorhad
(dat) wij voorhadden
(dat) jullie voorhadden
(dat) zij voorhadden

Gebiedende wijs

Imperatief

heb voor

Onpersoonlijke vormen

Infinitief

voorhebben

Gerundium

voorhebben

Onvoltooid deelwoord

voorhebbend

Voltooid deelwoord

voorgehad

Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.