Vervoeging van voorhangen

Alle vormen van het Nederlandse werkwoord.

voorhangen
to hang in front in order to cover what's behind (such as a priest's robe)
separable strong
scheidbaar
Tegenwoordige tijd (ik)hang voor
Verleden tijd (ik)hing voor
Voltooid deelwoordvoorgehangen
Volledige vervoeging van het werkwoord voorhangen: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.

Indicatief

Tegenwoordige tijd

ik hang voor
jij hangt voor (inversie: hang voor jij)
u hangt voor
hij/zij/het hangt voor
wij hangen voor
jullie hangen voor
zij hangen voor

Verleden tijd

ik hing voor
jij hing voor
u hing voor
hij/zij/het hing voor
wij hingen voor
jullie hingen voor
zij hingen voor

Tegenwoordige tijd (bijzin)

(dat) ik voorhang
(dat) jij voorhangt
(dat) u voorhangt
(dat) hij/zij/het voorhangt
(dat) wij voorhangen
(dat) jullie voorhangen
(dat) zij voorhangen

Verleden tijd (bijzin)

(dat) ik voorhing
(dat) jij voorhing
(dat) u voorhing
(dat) hij/zij/het voorhing
(dat) wij voorhingen
(dat) jullie voorhingen
(dat) zij voorhingen

Gebiedende wijs

Imperatief

hang voor

Onpersoonlijke vormen

Infinitief

voorhangen

Gerundium

voorhangen

Onvoltooid deelwoord

voorhangend

Voltooid deelwoord

voorgehangen

Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.