Vervoeging van voordragen

Alle vormen van het Nederlandse werkwoord.

voordragen
to propose
separable strong
scheidbaar
Tegenwoordige tijd (ik)draag voor
Verleden tijd (ik)droeg voor
Voltooid deelwoordvoorgedragen
Volledige vervoeging van het werkwoord voordragen: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.

Indicatief

Tegenwoordige tijd

ik draag voor
jij draagt voor (inversie: draag voor jij)
u draagt voor
hij/zij/het draagt voor
wij dragen voor
jullie dragen voor
zij dragen voor

Verleden tijd

ik droeg voor
jij droeg voor
u droeg voor
hij/zij/het droeg voor
wij droegen voor
jullie droegen voor
zij droegen voor

Tegenwoordige tijd (bijzin)

(dat) ik voordraag
(dat) jij voordraagt
(dat) u voordraagt
(dat) hij/zij/het voordraagt
(dat) wij voordragen
(dat) jullie voordragen
(dat) zij voordragen

Verleden tijd (bijzin)

(dat) ik voordroeg
(dat) jij voordroeg
(dat) u voordroeg
(dat) hij/zij/het voordroeg
(dat) wij voordroegen
(dat) jullie voordroegen
(dat) zij voordroegen

Gebiedende wijs

Imperatief

draag voor

Onpersoonlijke vormen

Infinitief

voordragen

Gerundium

voordragen

Onvoltooid deelwoord

voordragend

Voltooid deelwoord

voorgedragen

Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.