Vervoeging van voorbinden

Alle vormen van het Nederlandse werkwoord.

voorbinden
to fasten before someone or something
separable strong
scheidbaar
Tegenwoordige tijd (ik)bind voor
Verleden tijd (ik)bond voor
Voltooid deelwoordvoorgebonden
Volledige vervoeging van het werkwoord voorbinden: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.

Indicatief

Tegenwoordige tijd

ik bind voor
jij bindt voor (inversie: bind voor jij)
u bindt voor
hij/zij/het bindt voor
wij binden voor
jullie binden voor
zij binden voor

Verleden tijd

ik bond voor
jij bond voor
u bond voor
hij/zij/het bond voor
wij bonden voor
jullie bonden voor
zij bonden voor

Tegenwoordige tijd (bijzin)

(dat) ik voorbind
(dat) jij voorbindt
(dat) u voorbindt
(dat) hij/zij/het voorbindt
(dat) wij voorbinden
(dat) jullie voorbinden
(dat) zij voorbinden

Verleden tijd (bijzin)

(dat) ik voorbond
(dat) jij voorbond
(dat) u voorbond
(dat) hij/zij/het voorbond
(dat) wij voorbonden
(dat) jullie voorbonden
(dat) zij voorbonden

Gebiedende wijs

Imperatief

bind voor

Onpersoonlijke vormen

Infinitief

voorbinden

Gerundium

voorbinden

Onvoltooid deelwoord

voorbindend

Voltooid deelwoord

voorgebonden

Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.