Vervoeging van voorbijlopen

Alle vormen van het Nederlandse werkwoord.

voorbijlopen
to walk past
separable strong
scheidbaar
Tegenwoordige tijd (ik)loop voorbij
Verleden tijd (ik)liep voorbij
Voltooid deelwoordvoorbijgelopen
Volledige vervoeging van het werkwoord voorbijlopen: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.

Indicatief

Tegenwoordige tijd

ik loop voorbij
jij loopt voorbij (inversie: loop voorbij jij)
u loopt voorbij
hij/zij/het loopt voorbij
wij lopen voorbij
jullie lopen voorbij
zij lopen voorbij

Verleden tijd

ik liep voorbij
jij liep voorbij
u liep voorbij
hij/zij/het liep voorbij
wij liepen voorbij
jullie liepen voorbij
zij liepen voorbij

Tegenwoordige tijd (bijzin)

(dat) ik voorbijloop
(dat) jij voorbijloopt
(dat) u voorbijloopt
(dat) hij/zij/het voorbijloopt
(dat) wij voorbijlopen
(dat) jullie voorbijlopen
(dat) zij voorbijlopen

Verleden tijd (bijzin)

(dat) ik voorbijliep
(dat) jij voorbijliep
(dat) u voorbijliep
(dat) hij/zij/het voorbijliep
(dat) wij voorbijliepen
(dat) jullie voorbijliepen
(dat) zij voorbijliepen

Gebiedende wijs

Imperatief

loop voorbij

Onpersoonlijke vormen

Infinitief

voorbijlopen

Gerundium

voorbijlopen

Onvoltooid deelwoord

voorbijlopend

Voltooid deelwoord

voorbijgelopen

Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.